Oefenen voor overdag.
Iedereen droomt, elke nacht. Het valt nog niet met zekerheid te zeggen, maar het lijkt erop dat oefenen met allerlei uitdagingen een van de belangrijkste functies van dromen is.1 Dromen betrekken je bijna altijd in problemen: ruzies, overspel, je bagage kwijtraken, achter het stuur zitten van een bus die je niet onder controle hebt. Het lijkt erop dat je ’s nachts een soort mentale training krijgt in probleemoplossend denken, zodat je er overdag beter in wordt.
Dromen zijn dus geen bedrog: ze gaan vooraf aan ons gedrag. Van dagdromen en visualisaties weten we dat allang. Onze nachtdromen doen hetzelfde, alleen merken we het minder op.
Op volle toeren.
Dromen voelen vaak negatief en heftig. Dat komt doordat juist zulke dromen ons het meest bijblijven. Eigenlijk dromen we elke nacht meerdere keren, over veel meer. De levendigste dromen ontstaan tijdens de REM-slaap (REM staat voor rapid eye movement). Hersenscans laten zien dat in deze fase bijna het hele brein actief is, sommige delen zelfs actiever dan wanneer we wakker zijn.2
Vooral drie gebieden werken op volle toeren: de hippocampus (ons geheugencentrum), de amygdala (verantwoordelijk voor emoties) en de visuele en zintuiglijke schors, die dromen een levensechte indruk geven. Hoe emotioneel je dromen zijn, hangt samen met hoe je overdag met spanning omgaat. Wie gevoelig is voor stress of veel piekert, heeft vaker intense, negatief gekleurde dromen. Ook je persoonlijkheid speelt mee: mensen die open en gevoelig zijn, dromen vaak levendiger en herinneren zich meer dromen bij het ontwaken.
Oude herinneringen.
Tijdens de REM-slaap verwerkt het brein niet alleen recente ervaringen, maar ook oude, gevoelige herinneringen: herinneringen die te lang aan onze aandacht zijn ontsnapt en dreigen te vervagen.3 Een spannend gesprek van vandaag verbindt zich moeiteloos met zo’n ouder moment, soms uit een tijd waarin we nog niet wisten hoe we ermee om moesten gaan.
Zo zet de REM-slaap ons huidige zelf tegenover oudere delen van onszelf, die we ooit opzij hebben gezet maar misschien weer nodig hebben om te groeien. Ondertussen scheppen de zintuiglijke hersengebieden er een wereld omheen: we zien mensen en plekken, horen stemmen, voelen een aanraking, proeven en ruiken. En het emotionele brein vertaalt onze herinneringen in situaties die onze aandacht vastgrijpen.
Jouw reactie telt.
Steeds meer wetenschappers denken dat dromen onze voorouders hielpen te overleven. In hun dromen oefenden ze, op basis van hun dagelijkse ervaringen, onbewust met allerlei bedreigende situaties, om daarvan mentaal sterker te ontwaken. En dat doen dromen nog steeds.
Maar we zijn geen toerist in ons eigen dromenland. Dromen gaan niet alleen met ons aan de haal. Wij gaan net zo goed aan de haal met onze dromen. Wat het onderbewuste doet opwaaien, krijgt pas vorm door hoe wij als dromer reageren. Neem een droom over een sollicitatiegesprek. Reageer je met paniek, dan wordt de werkgever strenger, de vragen venijniger, het gesprek uitzichtlozer. Reageer je met zelfvertrouwen, dan verandert het gesprek van toon: de werkgever knikt goedkeurend, de antwoorden komen vanzelf.
Onze dromen ontvouwen zich dus in de richting van onze reacties. Vaak verwerken we een droom al ter plekke, nog voordat we wakker worden. Lukt dat niet, dan kan een droom nacht na nacht terugkeren, totdat we leren aankijken wat hij ons laat zien.
Wat betekent jouw droom?
Je dromen gaan dus over jou: over wat je overdag bezighoudt,4 en over oudere delen van jezelf die zich aandienen. Dat geldt voor nare dromen, maar net zo goed voor mooie, ontroerende of gewoon vreemde dromen. Een droomwoordenboek helpt je daarbij niet verder: een slang, een huis of een reis betekent voor jou iets anders dan voor een ander. Dromen spreken in beelden en metaforen. Het zijn geen puzzels om op te lossen, maar symbolen om mee in gesprek te gaan.
Wil je ontdekken wat een droom je vertelt? Schrijf hem bij het wakker worden op en sta stil bij het gevoel dat hij oproept. Vraag je af waar dat gevoel je aan doet denken: in je leven van nu en misschien in een oudere herinnering. Let op thema’s en figuren die terugkeren. Gaandeweg merk je dat je dromen met je communiceren, subtiel maar glashelder.
Samen je dromen onderzoeken? In persoonlijke coaching kijken we naar jouw dromen en wat ze je willen vertellen.

Als dromen blijven terugkomen.
Dromen betekenen dus wel degelijk iets. Maar sommige dromen laten je niet los. Ze keren nacht na nacht terug, met dezelfde beklemming: je wordt achtervolgd, je raakt iemand kwijt, je staat weer machteloos. Zulke terugkerende, negatief geladen dromen wijzen vaak op spanning die zich diep in je onderbewuste heeft vastgezet.
Soms volstaat het om zo’n droom aandachtig te onderzoeken. Maar houdt hij je ook overdag bezig, word je er angstig van of zie je er zelfs tegen op om te gaan slapen, dan vraagt hij om meer dan zelfreflectie of coaching. Dan is therapie de aangewezen weg: een veilige, langere begeleiding waarin je samen de oorsprong van die spanning onderzoekt en verwerkt.5
Wakker in je droom.
En dan is er een bijzondere mogelijkheid: beseffen dat je droomt, terwijl je nog droomt. Dat heet lucide dromen.6 Op dat moment ben je niet langer alleen speler in je droom, maar ook getuige. Je kunt bewust reageren op wat de droom je laat zien, in plaats van er alleen door meegesleept te worden. Wegrennen voor een monster is niet zo leerzaam. In een lucide droom kun je je omdraaien en vragen wat het je komt brengen.
Zelf had ik een tijdlang een terugkerende droom:
Daar sta ik, aan de rand van het bergmeer waar ik haar verliet. Het meer is zo donker dat ik de bodem niet kan zien. Ik weet dat ik erin moet, diep naar beneden, maar mijn lichaam weigert. Ik draai me om en schrik wakker. Benauwd en gespannen, alsof ik niet alleen haar, maar vooral mezelf in de steek heb gelaten.
Totdat ik op een nacht besefte dat ik droomde:
Weer sta ik aan dezelfde rand. Maar deze keer besef ik dat ik droom. Ik heb hier wat te doen, herinner ik me angstig. En ik spring. Het water sluit zich om me heen. Diep beneden begint iets te klinken, muziek, eerst zacht, dan steeds luider. Om me heen verandert het donker in een heelal. Sterren, nevels, licht dat van alle kanten komt. Ik zweef er middenin, gedragen door iets wat ik niet kan benoemen. Ik word wakker vol ontzag en verwondering en weet wat me te doen staat.
Nooit blijkt het duister zelf het probleem. Het beangstigende is juist de sprong in het diepe: even het bekende loslaten, zodat vergeten wijsheid ons kan vinden. Dat is de kracht van lucide dromen: je dromen niet alleen achteraf proberen te begrijpen, maar er bewust in meebewegen. Lees meer in Wat is lucide dromen? en Waarom lucide dromen?
Bronnen.
- Revonsuo, A. (2000). The reinterpretation of dreams: An evolutionary hypothesis of the function of dreaming. Behavioral and Brain Sciences, 23(6), 877–901. doi.org/10.1017/S0140525X00004015
- Maquet, P., Péters, J.-M., Aerts, J., Delfiore, G., Degueldre, C., Luxen, A., & Franck, G. (1996). Functional neuroanatomy of human rapid-eye-movement sleep and dreaming. Nature, 383(6596), 163–166. doi.org/10.1038/383163a0
- Walker, M. P., & van der Helm, E. (2009). Overnight therapy? The role of sleep in emotional brain processing. Psychological Bulletin, 135(5), 731–748. doi.org/10.1037/a0016570
- Schredl, M., & Hofmann, F. (2003). Continuity between waking activities and dream activities. Consciousness and Cognition, 12(2), 298–308. doi.org/10.1016/S1053-8100(02)00072-7
- Lancee, J., Spoormaker, V. I., Krakow, B., & van den Bout, J. (2008). A systematic review of cognitive-behavioral treatment for nightmares: Toward a well-established treatment. Journal of Clinical Sleep Medicine, 4(5), 475–480.
- Voss, U., Holzmann, R., Tuin, I., & Hobson, J. A. (2009). Lucid dreaming: A state of consciousness with features of both waking and non-lucid dreaming. Sleep, 32(9), 1191–1200. doi.org/10.1093/sleep/32.9.1191

